De K van …
Konfijten betekent dat je ingrediënten traag gaart in vet, olie of suiker. Dat kan bijvoorbeeld met tomaten, knoflook, ui, fruit, vlees of vis. Door die trage garing blijven ingrediënten vaak ook langer houdbaar.
Karamelliseren betekent dat suiker smelt en bruin kleurt door verhitting. Dat gebeurt ook bij groenten of fruit met natuurlijke suikers, zoals ui, wortel, witloof, appel of peer.
De L van …
Lier betekent dat je een saus, soep of crème bindt, zodat die dikker en zachter wordt. Dat kan bijvoorbeeld met eidooier, room, boter of een ander bindmiddel.
De M van …
Marinade is een mengsel dat smaak geeft aan groenten, vlees, vis of gevogelte. Vaak bevat een marinade olie, kruiden, zuur en specerijen.
Marineren betekent dat je ingrediënten laat rusten in een marinade. Zo nemen groenten, vlees, vis of gevogelte meer smaak op voor je ze bakt, grilt of gaart.
Mise-en-place betekent dat je alles klaarzet voor je begint te koken. Je wast, snijdt en weegt de ingrediënten vooraf af, zodat je vlotter kan werken.
Macédoine is een snijtechniek waarbij je groenten of fruit in kleine, gelijke blokjes snijdt. Denk aan wortel, knolselder, appel of peer in fijne blokjes.